Dat een groene openbare ruimte bijdraagt aan de beperking van het effect van stedelijke hitte-eilanden is bekend. Met meer groen in de openbare ruimte, blijven te temperaturen lager, wat ten goede komt aan de leefbaarheid in de stad. Maar dan moet dat groen wel gelijkmatig verdeeld zijn over een stad, en toegankelijk.
De Canadese Concordia University deed onderzoek naar de verdeling van groen in Montreal en vergeleek die verdeling met temperatuurmetingen. Die data werden vervolgens ook vergeleken met de demografische gegevens van verschillende stadsdelen. Daarbij werd gebruik gemaakt van satellietgegevens en LiDAR.
Meer groen, meer koelte
Uit die data bleek dat 10% meer bomen al kan opleveren dat de temperatuur aan de grond zo’n 1,4 ˚C lager wordt. Een zelfde toename van struiken en gras zou een temperatuurverlaging van zo’n 0,8 ˚C kunnen opleveren. Daarbij moet worden opgemerkt dat grotere aaneengesloten gebieden meer effect hebben dan verspreide kleine plekjes groen.
Van belang is natuurlijk ook wie hiervan kan profiteren. Uit het onderzoek in Montreal bleek, dat wijken met een overwegend witte bevolking, met relatief hoger inkomen en een hogere opleiding, meer groen hebben. Wijken met een meer diverse en ook meer kwetsbare bevolking hebben minder groen en dat groen is ook nog eens van een mindere kwaliteit.
Kort gezegd bleek uit dit deel van het onderzoek dat het meer kwetsbare deel van de bevolking van Montréal over het algemeen dus meer wordt blootgesteld aan hittestress.
Kwetsbare bevolking en hittestress
De onderzoekers ontwikkelden een statistisch model dat kan voorspellen hoe de aanwezige vegetatie in een stad de temperatuur aan de oppervlakte kan beïnvloeden. Daarbij werden verschillende variabelen meegenomen: het percentage hoge vegetatie (het bladerdak van bomen), het percentage lage vegetatie (gras en struiken) en de oppervlakte van aaneengesloten hoge vegetatie. Het model was in staat om ongeveer tachtig procent van de variatie in temperaturen aan de oppervlakte te verklaren. Die informatie werd ook gebruikt om een ‘cooling supply index’ en een ‘cooling demand index’ te ontwikkelen. In de cooling supply index wordt een waarde gegeven aan de beschikbaarheid en kwaliteit van koele plekken, waarbij 0 laag is en 1 hoog. De cooling demand index geeft een indicatie van het aantal mensen binnen een gebied, dat in een kwetsbare groep valt. Daarbij geldt dat een hoog getal ook veel vraag naar koele plekken betekent.
Een vergelijking van die twee indices kan aangeven waar mismatches zijn tussen vraag en beschikbaarheid van koele groene plekken. Daarmee kan die vergelijking ook helpen bij het maken van keuzes als het aankomt op het creëren en inrichten van groen. \
Het volledige onderzoekspaper is hier te lezen