De Vereniging voor Duurzame Warmte verwelkomt de expliciete beleidsrichting uit het nieuwe coalitieakkoord waarin hybride, slimme warmtepompen vanaf 2029 zowel worden gestimuleerd als genormeerd waar warmtenetten niet passend zijn. De stap moet zorgen voor helderheid in de warmtetransitie en richting geven aan investeringen in de bestaande woningvoorraad.
De reactie van de Vereniging voor Duurzame Warmte (VDW) op het coalitieakkoord Aan de slag 2026–2030 laat zien dat er eindelijk een politiek kader ontstaat voor de rol van hybride warmtepompen in de energietransitie. In het akkoord staat helder dat op locaties waar een collectief warmtenet niet de meest geschikte oplossing is, vanaf 2029 de uitrol van hybride, slimme warmtepompen wordt gestimuleerd én genormeerd. Dat betekent dat deze technologie niet alleen een optie blijft, maar onderdeel wordt van een structurele beleidskoers richting verduurzaming van verwarming in de bestaande bouw.
Peter Cool, voorzitter van de VDW, benadrukt dat dit een belangrijk signaal is voor zowel huishoudens als marktpartijen en decentrale overheden. Deze beleidskoppeling tussen plekken zonder passend warmtenet en de hybride warmtepomp voorkomt stilstand in besluitvorming en geeft richting aan investeringen. Door die duidelijkheid kunnen partijen hun plannen voor verduurzaming met meer vertrouwen ontwikkelen en uitvoeren.
Relevantie van hybride systemen
De VDW benadrukt dat een hybride warmtepomp een direct toepasbaar alternatief is om het aardgasgebruik in woningen te verminderen met een aanzienlijke marge, doorgaans rond 75 procent. In de praktijk betekent dit dat woningen fors minder gas gebruiken en tegelijkertijd de energierekening omlaag kan. Juist in situaties waar volledige all-electric oplossingen niet haalbaar zijn — bijvoorbeeld door beperkte ruimte op het elektriciteitsnet, financiële randvoorwaarden of bestaande bouwkarakteristieken — kan de hybride warmtepomp een haalbare en effectieve stap zijn richting klimaatneutraliteit.
Dat deze systemen nu expliciet worden genoemd in het landelijke beleidskader is niet vanzelfsprekend. In het verleden leidde voorgestelde normeringen tot weerstand, met name onder woningcorporaties en huiseigenaren die twijfelden over comfort, prestaties en terugverdientijd. De VDW wijst erop dat de situatie de afgelopen jaren is veranderd. Onder meer via tweejarige demonstratieprojecten — met betrokkenheid van overheid en sector — is aangetoond dat gebruikers tevreden zijn over de werking en dat de terugverdientijden ruim binnen zeven jaar blijven. Sommige fabrikanten bieden zelfs een besparingsgarantie aan, wat bijdraagt aan vertrouwen in de technologie.
Koppeling met systeemdoelen
De keuze voor hybride, slimme warmtepompen past bovendien binnen bredere doelstellingen van het coalitieakkoord rond netstabiliteit, flexibiliteit en efficiënt energiegebruik. Hybride systemen belasten het elektriciteitsnet relatief weinig omdat ze kunnen schakelen tussen elektriciteit en gas, waardoor ze bovendien kunnen bijdragen aan het voorkomen van netcongestie. Die flexibiliteit is juist in de overgangsfase van energienetten en gebouwde omgeving waardevol.
Verdere uitwerking
Toch blijft het perspectief van de VDW dat verdere uitwerking van deze koers met de warmtesector nauwgezet moet worden vormgegeven. De vereniging roept op tot samenwerking tussen praktijkervaring, technische kennis en beleidsdoelen. Alleen op die manier kan de stimulering en normering van hybride warmtepompen effectief bijdragen aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving en niet slechts op papier een koers blijven.
Met de aangekondigde koers ontstaat een kader waarin zowel markt als overheid weten waar zij aan toe zijn en waarin hybride warmtepompen een duidelijke rol krijgen in de transitie naar duurzamere warmtevoorziening.