Met een breed pakket aan maatregelen wil het kabinet de woningbouw in Nederland versnellen. Door in te grijpen in vergunningverlening, bouwmethoden en regelgeving moet jaren tijdswinst mogelijk worden.
Het kabinet zet stevig in op het versnellen van woningbouwprocessen. Een belangrijk knelpunt ligt bij de vergunningverlening en de uitvoeringskracht van overheden. Om deze te versterken, wordt de komende vier jaar 156 miljoen euro beschikbaar gesteld aan provincies en gemeenten. Dit moet vertragingen in projecten helpen voorkomen en procedures verkorten. Daarnaast wil het Rijk belemmeringen in regelgeving verminderen. Door overbodige regels te schrappen en wetgeving aan te passen, moet de doorlooptijd van woningbouwprojecten verder worden teruggebracht.
Industriële woningbouw als nieuwe standaard
Een centrale pijler in de aanpak - die kortgeleden werd bekendgemaakt tijdens de start van de van de Taskforce Versnelling Woningbouw - is de opschaling van industriële woningbouw. Binnen vier jaar moet minimaal de helft van alle nieuwbouwwoningen fabrieksmatig worden geproduceerd. Deze woningen worden in onderdelen gemaakt en op locatie snel gemonteerd. Volgens het kabinet maakt deze werkwijze het mogelijk om sneller en op grotere schaal te bouwen, met minder afhankelijkheid van schaarse arbeidskrachten. Tegelijkertijd zouden de woningen betaalbaarder, duurzamer en van constante kwaliteit zijn. De inzet op standaardisatie heeft ook gevolgen voor regelgeving. Voor volledig gecertificeerde woningen zou een aparte technische vergunning niet langer nodig zijn. Hiervoor worden aanpassingen voorbereid in het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Meer woningen uit bestaande bouw
Naast nieuwbouw richt het kabinet zich op het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. Door woningen te splitsen, panden te transformeren of extra verdiepingen toe te voegen, kunnen jaarlijks circa 15.000 woningen worden gerealiseerd. Om dit te stimuleren, wordt 41 miljoen euro beschikbaar gesteld. Ook hier geldt dat regelgeving wordt aangepast om initiatieven makkelijker mogelijk te maken.
Stimulans voor middenhuur en corporaties
De aanpak richt zich niet alleen op aantallen, maar ook op betaalbaarheid. Het kabinet wil het investeringsklimaat voor verhuurders en woningcorporaties verbeteren. Dit gebeurt onder meer via fiscale maatregelen, zoals het verlagen van de overdrachtsbelasting voor verhuurders en de vennootschapsbelasting voor corporaties. Daarnaast wordt de Wet betaalbare huur aangepast, onder andere door de nieuwbouwopslag te verlengen. Ook wordt gekeken naar de financiële positie van corporaties op de lange termijn, zodat zij na 2035 kunnen blijven investeren in nieuwbouw en verduurzaming.
Met deze gecombineerde inzet op snellere procedures, innovatieve bouwmethoden en betere randvoorwaarden verwacht het kabinet dat aanzienlijke tijdswinst in de woningbouw binnen bereik komt.