De discussie over stadslogistiek richt zich vaak op méér ruimte in de stad. Maar nieuw onderzoek laat zien dat het probleem complexer ligt. Niet extra vierkante meters, maar andere keuzes in beleid en gedrag bepalen de toekomst van stedelijke bevoorrading.
Een van de belangrijkste inzichten is dat logistieke partijen nauwelijks op stadsniveau opereren. Bedrijven organiseren hun netwerken vooral regionaal en bevoorraden van daaruit meerdere steden. De feitelijke vraag naar logistieke ruimte ín steden blijkt daardoor beperkt. Alleen pakketvervoerders vormen een uitzondering: zij zoeken juist nabijheid tot de eindbestemming, bijvoorbeeld via microhubs op wijkniveau. Deze constatering zet vraagtekens bij het gangbare beleid van gemeenten, die sterk inzetten op stedelijke distributiehubs.
Economisch versus maatschappelijk belang
Het rapport laat zien dat economische logica en maatschappelijke doelen vaak botsen. Waar bedrijven streven naar efficiëntie en kostenreductie, willen gemeenten juist minder verkeer en schonere mobiliteit. Oplossingen zoals stadshubs blijken in de praktijk financieel vaak onaantrekkelijk, waardoor marktpartijen andere keuzes maken. Die spanning betekent dat overheden niet alleen kunnen sturen op vrijwillige samenwerking, maar ook moeten nadenken over regelgeving en prikkels.
Efficiëntie zit niet alleen in systemen
Opvallend is dat niet alle partijen sturen op logistieke efficiëntie. Voor veel bedrijven weegt service zwaarder dan bundeling van goederenstromen. Daardoor blijven maatregelen zoals venstertijden of hubs minder effectief dan verwacht. Stadslogistiek vraagt volgens het rapport daarom om maatwerk in plaats van generieke oplossingen.Tegelijkertijd blijkt dat sturen op hogere beladingsgraden – vollere voertuigen – vaak effectiever is dan het ontwikkelen van nieuwe logistieke infrastructuur.
De vergeten rol van de ontvanger
Een cruciaal, maar onderbelicht punt is de rol van de ontvanger. Ondernemers en bewoners bepalen met hun bestelgedrag in grote mate hoeveel vervoersbewegingen er zijn, maar worden zelden aangesproken in beleid. Volgens het rapport ligt hier een belangrijke sleutel: minder en slimmer bestellen kan direct leiden tot minder verkeer.
Ruimte blijft nodig – maar anders
Hoewel de vraag naar grote logistieke voorzieningen in de stad beperkt is, blijft ruimte essentieel. Vooral laad- en losplekken en tijdelijke logistieke ruimte zijn nodig om stedelijke bevoorrading goed te laten functioneren. Zonder ingrepen zal het ruimtebeslag de komende jaren juist toenemen. Stadslogistiek is kortom geen ruimtevraagstuk alleen, maar vooral een kwestie van organisatie, gedrag en scherpe keuzes.